terug naar overzicht roofvogels
 
  IMG_0392

  IMG_2858
  IMG_2965
 IMG_2792
   Buizerd, Common Buzzard , Buteo buteo

De buizerd is waarschijnlijk wel de bekendste Nederlandse roofvogel. Het is een stevige vogel, niet erg goed toegerust op het vangen van snel bewegende prooien zoals bijvoorbeeld valken dat kunnen. Buizerds moeten het dan ook meer hebben van muizen, zieke konijnen, wormen en aas. Dat aas werd hen helaas noodlottig; in het verleden (en nog steeds!) werden buizerds vergiftigd door mensen die de roofvogels als concurrenten beschouwen. Gelukkig zijn deze praktijken sterk afgenomen, waardoor het aantal buizerds sterk is toegenomen. In de winter overwinteren in onze streken grote aantallen Scandinavische buizerds, die massaal op paaltjes in weilanden en langs snelwegen neerstrijken. Ze doen zich, vaak ten koste van hun eigen leven, te goed aan verkeersslachtoffers langs onze snelwegen. In de trektijd kunnen groepen van vele tientallen buizerds worden gezien, die hoogte proberen te winnen door een warme luchtstroom onder de brede vleugels te vangen. Door van deze thermiek gebruik te maken kunnen ze met een minimale inspanning grote afstanden afleggen.
 

status: Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel;
trek/stand/winter: doortrekker in vrij groot aantal; wintervogel in groot aantal
Trend en aantal: Akkers, bos, cultuurlandschappen, graslanden, heide, hoogveen, platteland, weiden (kleinschalig), weilanden (uitgestrekt) Buizerds maken hun nest in een hoge boom, vaak een lariks of grove den. In Flevoland worden ook veel populieren gebruikt om een nest in te maken. Het voedsel wordt gezocht in een gevarieerd gebied: bossen, open plekken, weiden en akkers. Maar ook langs snelwegen, in de duinen en industrieterreinen. Voedselkleine zoogdieren, vogels, insecten, wormen en aas 
Foerageer- en broedbiotoop: Buizerds komen in geheel Europa voor waar bos is.
Buizerds maken hun nest in een hoge boom, vaak een lariks of grove den. In Flevoland worden ook veel populieren gebruikt om een nest in te maken. Het voedsel wordt gezocht in een gevarieerd gebied: bossen, open plekken, weiden en akkers. Maar ook langs snelwegen, in de duinen en industrieterreinen. Voedselkleine zoogdieren, vogels, insecten, wormen en aas
(informatiebron: Vogelbescherming)