terug naar overzicht vogels
 
  IMG_5647
  IMG_8162
 
IMG_8190
IMG_8194
   Grutto, Limosa limosa

Grutto's zijn dè ambassadeurs van het Nederlandse polderlandschap. Nergens ter wereld is deze van oorsprong op riviergraslanden en hoogvenen broedende vogel zo talrijk als in de contreien van oer-vaderlandse dorpen als Broek-in-Waterland of St. Nicolaasga. Zelfs binnen de stadsgrenzen van Amsterdam broeden meer grutto's dan in heel Groot-Brittannië en Frankrijk tezamen! Nederlandse grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. Oorspronkelijk broedden grutto's op riviergraslanden en hoogvenen. Vandaag de dag zijn grutto's in die gebieden nauwelijks nog te vinden. De grutto heeft een, tot recentelijk, uitstekend habitat gevonden in graslanden in agrarisch gebruik. Nu verdwijnt de grutto ook daar bijzonder snel. Er is nog een gruttosoort, de Rosse Grutto (Limosa lapponica lapponica). Deze broedt niet in Nederland maar overwintert hier in vrij groot aantal. De grutto heeft ook een ondersoort, de 'IJslandse grutto' (Limosa limosa islandica), welke in klein aantal doortrekt. Enkele ijslandse grutto's overwinteren in Nederland. Grutto's trekken meestal terug naar hun geboorteplaats en zijn daar sterk trouw aan: meestal broeden ze hoogstens enkele honderden meters van hun geboorteplaats.
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.
Foerageer- en broedbiotoop: Natte of vochtige, matig voedselrijke kruidenrijke graslanden met een lange vegetatie die in de ruimte gevarieerd is, en welke laat in de zomer (augustus / september) gemaaid wordt. Grutto's kunnen ook fouragerend worden aangetroffen langs de kust en in het Waddengebied en op slikken langs rivieren. Volwassen vogels eten emelten en regenwormen. Jonge vogels jagen in lang gras op insecten als langpootmuggen en andere insecten. Een onopvallend grasnest wordt gemaakt in de lange vegetatie, bij voorkeur in de nabijheid van ruigere delen in het veld.
(informatiebron: Vogelbescherming)