terug naar overzicht vogels
 
  IMG_8467
  IMG_7418
  IMG_7426
 IMG_8244
   Kluut, Pied Avocet, Recurvirostra avosetta

Kluten zijn kenmerkende pioniervogels die leven op de grens van land en zout of brak water. Vooral zilte kreken, schorren, inlagen en zandplaten zijn als broedgebied in trek. De nabijheid van ondiep water en losse, slikkige bodems is een vereiste, daar kluten liefst daarin naar voedsel zoeken. De oogst bestaat uit kleine kreeftachtigen, insekten en wormen. Deze prooi wordt gezocht op de tast: met snelle maaibewegingen wordt de snavel als een zeis door het water bewogen, de beide snavelhelften een stukje uit elkaar. Voelt de kluut daar iets tussen komen, dan sluit hij zijn snavel en de prooi is gevangen. Op deze manier kan de kluut ook voedsel zoeken in troebel water, een groot voordeel gezien het leefgebied van de kluut. Nederlandse kluten zijn trekvogels en bijna allemaal brengen ze de winter door langs de kusten van Zuidwest-Europa of West-Afrika. 
 

status: Vrij talrijke broedvogel, doortrekker in vrij groot aantal en wintergast in klein aantal.
trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: Een kwart van de Europese populatie kluten broedt in Nederland. Daarmee heeft ons land een bijzondere verantwoordelijkheid voor deze charismatische vogelsoort. Het aantal in Nederland broedende kluten is in de loop van de eeuw aan sterke schommelingen onderhevig geweest. De grote veranderingen tengevolge van Zuiderzee- en Deltawerken zijn daar niet vreemd aan. De laatste jaren gaat het de soort goed; het aantal broedparen steeg van 4600 rond 1975 tot 9000 in 2000. Veruit de meeste kluten - zo'n 5500 - broeden in het Waddengebied, meer bepaald op de Groninger en Friese Waddenkust en op het Balgzand. Andere belangrijke regio's zijn het Deltagebied (2500 paar) en in mindere mate Noord-Holland en Flevoland. De kluut profiteert sterk van natuurontwikkelingsprojecten in het Waddengebied en in de Delta. Door natuurlijke dynamiek in deze gebieden ontstaan de slikken en zandplaten waarvan de kluut zo afhankelijk is.
Foerageer- en broedbiotoop: Slikken en ondiep water in pioniergebieden in kustzone. De kluut zoekt met zijn omhoog gebogen snavel op de tast naar kleine ongewervelden als garnalen. De typische vorm van de snavel maakt het mogelijk om heel nauwkeurig ook de zone net boven de bodem af te zoeken.
(informatiebron: Vogelbescherming)