terug naar overzicht vogels
  IMG_8721
  IMG_8777
  IMG_8777a
 IMG_8767
   Lepelaar, Platalea leucorodia

Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa, waarvan Nederland de meest noordelijke is. Het zijn zomervogels, die via Franse en Spaanse moerassen naar de winterkwartieren langs de Westafrikaanse kust en het gebied ten zuiden van de Sahara trekken. Ze broeden in moerassige gebieden, in dichte rietkragen of in moeilijk bereikbare bomen en struiken. Het voedsel bestaat uit stekelbaarzen, kleine witvis, garnalen en andere kleine waterdieren, die met behulp van de unieke lepelvormige snavel op de tast worden opgevist. 
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: In het moerassige en lege Nederland van vroeger tijden was de lepelaar een talrijke broedvogel. Door droogmaling van moerassen en bedijken van rivieren en delta's kromp het aantal broedgebieden echter fors in. Al voor 1900 verdwenen de laatste kolonies van meer dan duizend broedparen. Na 1900 kwam het aantal broedparen lange tijd niet boven de 500, met een dieptepunt van 150 paar in 1969. Sindsdien heeft de lepelaar zich voorzichtig hersteld. Rond 1990 werd de 500-paren grens weer gehaald en in 1995 werden zelfs meer dan 700 paren geteld! Belangrijke huidige broedplaatsen zijn de Oostvaardersplassen en de Lepelaarsplassen, grote duinmeren en enkele Waddeneilanden. De meest recente tellingen wijzen inmiddels uit dat er meer dan 1547 paren lepelaars in Nederland broeden; een groot succes van flinke inspanningen voor deze charismatische vogelsoort! 
Foerageer- en broedbiotoop: Lepelaars vinden hun voedsel in ondiep water, waar ze hun snavel zijwaarts doorheen bewegen, om op deze manier op de tast allerlei prooidieren te vangen. In de speciale snavel is een soort zeefmembraan aanwezig, waarmee de lepelaar, door een bundeling van zenuwen, over een ultra-gevoelig eetgereedschap beschikt. 
(informatiebron: Vogelbescherming)