terug naar overzicht vogels
 
  IMG_8872
  IMG_8928
  IMG_8982
 IMG_8987
   Tureluur, Tringa totanus brittannica

Tureluurs zijn van oorsprong vogels van toendra's, hoogvenen en zilte steppen. In Nederland broedt de soort vooral op schorren en kwelders, vochtige en structuurrijke weidegronden en in mindere mate elders in slootrijke open gebieden. In de broedtijd worden vooral insekten en kleine, in slikkige sloten levende waterdieren, gegeten. Nederlandse tureluurs overwinteren langs de kusten van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogels maken; 'tjululuu' en dat is makkelijk te vertalen naar 'tureluur'. De vogel zelf is niet zo opvallend, des te markanter zijn de felrode poten en snavel van de tureluur.
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: Betrouwbare schattingen van het totaal aantal broedende tureluurs in Nederland zijn moeilijk te maken. Wel toont analyse van een aantal langdurige broedvogeltellingen duidelijk een afname van minstens 50 procent sinds de jaren zestig aan. De belangrijkste regio's waren en zijn Friesland, Zuidwest-Groningen, Noord-Holland en Zeeland. Begin jaren negentig werd het totaal aantal broedparen geschat op 24.000 tot 36.000. In de periode 1998 - 2000 werd dit aantal bijgesteld naar naar 20.000 - 25.000 broedparen. De tureluur weet zich in goede broedgebieden te handhaven, maar onderzoek van SOVON wijst uit dat de tureluur verdwijnt uit sub-optimale gebieden.
Foerageer- en broedbiotoop: Tureluurs zoeken hun voedsel op slikken en in natte structuurrijke weilanden. Veel moderne weilanden voldoen allang niet meer aan die kwalificatie. Het nest bestaat uit een in een graspol verscholen kommetje.
(informatiebron: Vogelbescherming)