terug naar overzicht vogels
 

  IMG_4192
 IMG_4186
   Watersnip, Gallinago gallinago

Watersnippen zijn broedvogels van vochtige open terreinen met een weke bodem, zoals veenmoerassen. Met hun lange en uiterst gevoelige snavel sporen ze op en in de bodem naar allerlei kleine diertjes. Dat werkt echter alleen als die bodem vochtig en zacht is; in een harde bodem kan hij zijn voedsel niet bereiken. Op de grond zijn watersnippen uitstekend gecamoufleerd. Het is dan ook vooral in vlucht dat watersnippen opvallen. Het typische 'drummen' van watersnippen - een duikvlucht waarbij de stijve buitenstaartveren een resonerend geluid maken, als van een geit - is helaas steeds minder te horen in Nederland. De in Nederland broedende watersnippen zijn trekvogels die in Zuid-Engeland en Zuidwest-Europa overwinteren. 
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Trekvogel, doortrekker en wintergast 
Trend en aantal: Het aantal broedparen van de watersnip in ons land holt al enige decennia achteruit. Rond 1950 waren er nog vele duizenden paren. Toen zette een afname in, eerst vooral in de hoogvenen van Noord-Brabant en Limburg, later ook elders, inclusief de bolwerken in de veenweidegebieden van Friesland en de Hollanden. Rond 1990 werd het landelijk totaal geschat op 2400-3100 broedparen, naar schatting een kwart van het aantal begin jaren zestig. Het aantal watersnippen blijft sterk afnemen, zo bleek uit tellingen in 1998-2000. Het aantal watersnippen moest worden bijgesteld naar 1.200 tot 1.500 paren.
Foerageer- en broedbiotoop: Watersnippen zoeken hun voedsel, dat hoofdzakelijk bestaat uit kleine gewervelde en ongewervelde dieren, in de bovenste laag van slikkige bodems en veen. 
(informatiebron: Vogelbescherming)