terug naar overzicht vogels
 
  IMG_5417
  ING_5424
 IMG_5430
   Boomkruiper, Short-toed Treecreeper , Certhia brachydactyla

De boomkruiper is een stuk minder opvallend dan zijn bijna-naamgenoot, de boomklever. Boomkruipers zijn bruingevlekt van boven en roomwit van onderen. De spitse snavel is omlaag gebogen en zeer geschikt om insecten uit spleten in boombast te peuteren. Daarbij is de boomkruiper prima gecamoufleerd: zijn verenpak lijkt sprekend op boombast. De boomkruiper heeft een karakteristieke manier van voedsel verzamelen. De vogel hipt spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, daarbij de bast afzoekend naar insecten. Op enige hoogte aangekomen vliegt de boomkruiper naar een naburige boom, om daar weer aan de voet met klauteren te beginnen. Ondertussen gebruikt de boomkruiper de stugge staartveren als steuntje waardoor deze, voor wie goed oplet, vaak sterk gesleten punten blijken te hebben. Bij strenge koude kruipen boomkruipers knus bij elkaar; uit zo'n bal van veren kunnen soms wel tien of meer staartjes steken!
 

status: Jaarvogel. Talrijke broedvogel
trek/stand/winter: standvogel
Trend en aantal: De boomkruiper komt voor in Centraal- en Zuidwest-Europa, tot in Turkije. De sterk gelijkende taigaboomkruiper heeft een iets ruimer verspreidingsgebied, van Ierland tot in Turkije
Foerageer- en broedbiotoop: Bos, park en tuin
Boomkruipers zijn te vinden waar bomen zijn; zo simpel als het klinkt is het bijna. De boomkruiper stelt geen hoge eisen aan een broedplaats; dat kan ook niet want de concurrentie om goede holtes is groot en een boomkruiper is niet erg sterk en assertief. Daardoor maken boomkruipers nesten achter loszittende boombast, in vervallen nestkastjes, tussen klimopbegroeiing op bomen, muren of schuttingen en op tal van andere plekken.
Voedsel: Insecten en insectenlarven
(informatiebron: Vogelbescherming)