draaihals_ IMG_0966
  Klik op onderstaande kleine foto's of nummers voor meer foto's, of gebruik deze link:
terug naar Overzicht Alle foto's

IMG_0960

IMG_0966

IMG_0968

IMG_0974

Draaihals, Eurasian Wryneck, Jynx torquilla

De draaihals is met zijn bruine camouflagekleuren een heel ander soort specht dan de bekende grote bonte specht. In Nederland vooral als zeldzame doortrekker te zien. Hij nestelt in boomholten vooral in berken. Alleen tijdens de broedperiode zitten draaihalzen vaak, zoals de andere spechten, tegen een boomstam; de rest van het jaar vooral op de grond. Draaihalzen foerageren op de grond in schrale pioniervegetaties op zandgrond en leven van mieren.
Draaihalzen zijn onopvallende, maar onmiskenbare vogels; hun bruine verenpak biedt een uitstekende camouflage in de oude loofbomen waarin ze broeden. De draaihals dankt zijn naam aan de flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden.
Geluid: Schel, klaaglijk gekekker in de broedtijd.

Status: Zeldzame doortrekker.
Trek-Stand-Winter: De Nederlandse draaihalzen overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara. Vanaf half april-begin mei zijn ze weer terug in Nederland. Tot in mei zijn ook overal in Nederland doortrekkers (zeldzaam) waar te nemen die richting Scandinavië. Ze trekken 's nachts. In het najaar doortrek van half augustus tot ver in oktober. Ze overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.
Trend en Aantal: De draaihals is sinds begin jaren zestig in aantal gedaald, vooral in gebieden buiten de Veluwe. Maar ook op de Veluwe is de soort afgenomen. Deze aanhoudende afname, zoals ook elders in West- en Midden-Europa, bracht het aantal draaihalzen terug tot rond 200 paar omstreeks 1975. Sinds de eeuwwisseling zijn er hooguit enkele tientallen paren.
Fourageer en Broedbiotoop: Broedt in mei-juni. Heeft één tot twee broedsels per jaar met tussen de 7-12 eieren. Broedduur: 11-14 dagen. Is een holenbroeder. Gebruikt nestholten van andere spechten en ook nestkasten. De jongen zitten 20-25 dagen op het nest voor ze uitvliegen.
Leefgebied: Gebroed wordt in oude, meestal deels verrotte loofbomen. Nu in open loofbos op zandgrond (veelal grenzend aan heide), vroeger ook wel in boomgaarden en tuinen. De draaihals eet mieren (vooral zwarte wegmieren en hun poppen zijn favoriet). Ze zoeken ze in bomen en op de grond.
Voedsel: Vooral mieren, maar ook andere ongewervelden. Zoekt op de grond naar voedsel, steekt daarbij de lange kleverige tong in mierengangen.
         
(informatiebronnnen: vogelbescherming)