terug naar overzicht vogels
  IMG_8841
 
 IMG_8839
   Glanskop, Poecile palustris, Marsh Tit

De glanskop - vroeger ook wel glanskopmees genoemd - is een onopvallende bezoeker van bosrijke tuinen: het ontbreekt de soort aan de felheid van verwante mezensoorten. De verspreiding van de glanskop volgt vrijwel precies de verspreiding van de beuk, een loofboomsoort welke in de herfst grote hoeveelheden zaden produceert. Deze zijn van levensbelang voor de glanskop, die er vrijwel de hele winter van leeft. In het voorjaar zijn het vooral eikenbomen waarin het voedsel gezocht wordt, terwijl glanskoppen het liefst in een (dode) naaldboom broeden.
 

status: Jaarvogel.
trek/stand/winter: Vrij talrijke broedvogel; standvogel
Trend en aantal: Het verspreidingsgebied in Europa volgt vrijwel precies dat van de beuk - een boomsoort die in het uiterste zuiden en noorden niet voorkomt. De verspreiding van de glanskop strekt zich uit van Engeland (Wales), tot de Zuidelijke helft van ScandinaviŽ, van de PyreneeŽn tot Griekenland en landinwaards richting Rusland.
Foerageer- en broedbiotoop: Biotoop: Bos
Voedsel- en broedbiotoop: De glanskop broedt in loofbossen van minimaal 4 hectare, struweel, groepen verspreid staande bomen, boomgaarden, tuinen en dichte heggen. De nestholte wordt gemaakt in rottend hout, maar zeer af en toe maakt de glanskop van nestkasten gebruik. Soms maken glanskoppen ook zelf een holte, door droog dood hout weg te pikken tot een geschikte holte is ontstaan.
Voedsel: insecten en andere ongewervelde dieren in de zomer, 's winters zaden
(informatiebron: Vogelbescherming)