terug naar overzicht vogels
 

 IMG_5376

 

 IMG_5582
IMG_5581
   Klapekster, Lanius excubitors , Great Grey Shrike

Klapeksters zijn vogels van ruige, vaak licht beboste open terreinen. In Nederland werd vooral gebroed op heidevelden, hoogvenen en kap- of stormvlaktes in het bos, maar helaas niet meer sinds 2002. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit woelmuizen en kevers. Klapeksters uit noordelijker streken overwinteren nog wel in ons land. Ze kunnen aangetroffen worden op allerlei uitzichtpunten op heide en hoogvenen. Net als andere klauwieren spietsen ze prooien aan stekels en aan prikkeldraad, om op deze wijze een voorraad aan te leggen. Uit onderzoek van braakballen van klapeksters blijkt dat 's winters vooral (mest)kevers het slachtoffer zijn, maar ook jonge zangvogels en muizen worden regelmatig verschalkt. Het bandietenmasker van de klapekster past dan ook prima bij zijn levensstijl. 
 

status: Jaarvogel.
trek/stand/winter: Voormalige broedvogel. Doortrekker en wintervogel in zeer klein aantal
Europese verspreiding: Twee (onder)soorten van de klapekster komen vooral in West-Europa voor. In Zuid-Frankrijk en het Iberisch Schiereiland is de Steppeklapekster aanwezig, in het noordelijker leefgebied de 'gewone' klapekster. Deze worden tegenwoordig als twee aparte soorten beschouwd. De 'gewone' klapekster komt voor in Duitlsand, Polen en ScandinaviŽ.
Foerageer- en broedbiotoop: Biotoop Heide, hoogveen, stuifzanden Voedsel- en broedbiotoopStructuurrijke heiden en hoogvenen met een gelijdelijke overgang van open gebied naar (loof)bos. Het leefgebied van de klapekster is vaak iets droger dan dat van zijn naaste verwant, de grauwe klauwier. Belangrijke voorwaarde is dat er voldoende prooidieren aanwezig zijn: muizen, hagedissen, loopkevers en andere kleine dieren. Alleen in een voldoende intact en gevariŽerd gebied zijn deze in voldoende hoeveelheid aanwezig.
Voedsel (grote) insecten, vogels, kleine zoogdieren en reptielen
(informatiebron: Vogelbescherming)