terug naar overzicht vogels
 
  IMG_6356
 IMG_0355
   Koperwiek, Redwing, Turdus iliacus

De koperwiek is een kleine lijstersoort, met koperrode 'oksels' die in vlucht erg opvallend zijn. Het zijn karakteristieke broedvogels van de naaldbossen van ScandinaviŽ. Koperwieken zijn alleen in september tot mei in Nederland te zien, vooral op besdragende struiken in parken en tuinen. Grote groepen kunnen overtrekkend worden gezien; de fluitende roep is voor kenners gemakkelijk te herkennen. Bij op het gras zittende koperwieken is vaak de tekening op de kop - een lichte wenkbrauwstreep en een witte mondstreep - het gemakkelijkste aanknopingspunt voor de herkenning.

status: Wintergast.
trek/stand/winter: Doortrekker in zeer groot aantal; wintergast in vrij groot aantal
Trend en aantal: De koperwiek komt voor in de Boreale naaldboszone, en in lagere dichtheden nog noordelijker tot in de dwergwilgzone langs de arctische toendra's. Aan de zuidkant van het verspreidingsgebied is de verspreiding erg onregelmatig, in berggebieden strekt de verspreiding zich het sterkst uit in zuidelijke richting.
Foerageer- en broedbiotoop: Boomgaarden, bos, park en tuin.
Koperwieken zijn in de winter regelmatig (in groepjes) aan te treffen op besdragende struiken: duindoorn is populair, maar ook de bessen van hulst, lijsterbes en kardinaalsmuts worden graag gegeten. Net als andere lijsterachtigen is de koperwiek verzot op rottend fruit.
Voedsel: In de winter voornamelijk bessen en zaden, in broedtijd insecten, wormen en slakken.
(informatiebron: Vogelbescherming)