terug naar overzicht vogels
 
  PICT4907
 PICT4908
   Zanglijster, Turdus philomelos

Een typische zanglijstereigenschap is het stukslaan van slakkenhuizen op een vaste 'smidse', om zo bij het malse slakkenvlees te komen. Behalve slakken eten zanglijsters ook grote hoeveelheden insecten, wormen, duizendpoten en pissebedden, in najaar en winter ook bessen en fruit. Zanglijsters zijn algemene broedvogels van tuinen, parken en bossen. Hun gevarieerde zang - de naam doet zoiets al vermoeden - is een verdragend, melodieus en klankvol geluid, vrijwel altijd voorzien van 'VIEzeRIEK' strofen. Zanglijsters beginnen vroeg en eindigen laat met hun gezang, soms tot ergernis van langslapers en vroeg-naar-bed types. Hoewel er in het najaar heel veel zanglijsters doortrekken, valt dat niet zo op omdat ze vooral ís nachts trekken en een onopvallende roep hebben.
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel en trekvogel
Trend en aantal: Het aantal zanglijsters is min of meer stabiel en bedraagt ruim 140.000 broedparen. 
Foerageer- en broedbiotoop: Struikgewas, grasvelden, open plekken in bossen en op paden, dat is waar zanglijsters hun voedsel zoeken. Het nest wordt verscholen in een dichte struik of in een boom: hoe onopvallender hoe liever het de zanglijster is. Dichte vochtige bossen, zoals rabattenbossen en elzenhakhoutpercelen, zijn favoriet. Bossen op droge zandgronden huisvesten veel minder zanglijsters, waarschijnlijk speelt kalkgebrek door verzuring van de bossen hier, net als bij mezen, een grote rol.
(informatiebron: Vogelbescherming)