terug naar overzicht vogels
 

  IMG_6912
  IMG_7042
IMG_6901
   Rietzanger, Acrocephalus schoenobaenus
 
De rietzanger is een vogel van rietlanden en andere oevervegetaties, die zijn nest meestal bouwt in landriet. Het ideale biotoop bestaat uit een combinatie van een flink oppervlak aan jong en overjarig riet en een dichte, deels hoog opschietende kruidlaag. Het voedsel bestaat uit insekten, die laag in de dichte vegetatie verzameld worden. Rietzangers zijn trekvogels en overwinteren vooral in de Sahelzone bezuiden de Sahara.
 
status: Broedvogel
trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: De rietzanger was tot voor kort een talrijke broedvogel, die langs allerlei soorten wateren met enige oeverbegroeiing te vinden was. Lange tijd was de soort algemener dan de nu veel meer voorkomende kleine karekiet. Tot in de jaren zestig ging het om tenminste enige tienduizenden broedparen; in optimale leefgebieden kwamen zelfs dichtheden van tientallen paren per vierkante kilometer voor. Vanaf eind jaren zestig werd plaatselijk gerept van een afname. Midden jaren zeventig werd de stand geschat op 17.500-30.000 paar, anno 1990 waren er hooguit nog 12.000-18.000 paren over. Met name in Midden- en Zuid-Nederland is de rietzanger sterk afgenomen. Opvallend was de relatief geringe afname in de veenplassen van West- en Noord-Nederland, vanouds de bolwerken van de soort. Ondanks een sterke afname van het verspreidingsareaal broeden er in de periode 1998 -2000 ongeveer 20.000 tot 25.000 paren in ons land.
Foerageer- en broedbiotoop: Rietzangers zoeken hun voedsel in een liefst dichte vegetatie bestaande uit jong en overjarig riet, zeggen, bitterzoet en andere moerasplanten. Hun nest bouwen ze in een dichte rietbegroeiing, bovenop de dichtere ondergroei. Het nest hangt dus niet op enige hoogte tussen de rietstengels. Op het menu staan allerlei insecten: muggen, eendagsvliegen enzovoort. 
(informatiebron: Vogelbescherming)