terug naar overzicht vogels
  IMG_0650
  IMG-0667
  IMG_0668

 
 IMG_0643
   Ringmus, Tree Sparrow , Passer montanus

De ringmus heeft een voorkeur voor boomrijk agrarisch cultuurland. Vooral aan de rand van dorpen en bij boerderijen is het een vogel die om het huis is aan te treffen. Soms wonen ringmussen in bij ooievaars, buizerds of huiszwaluwen. Sommige Nederlandse vogels zwerven in de winter rond en kunnen tot in Frankrijk belanden. Het merendeel van de broedvogels is echter standvogel. Ze krijgen in de winter gezelschap van soortgenoten uit Noord- en Oost-Europa. Evenals huismussen zijn het echte zaadeters. Hoewel de aantallen fors afnemen, is de ringmus nog een talrijke broedvogel. De twee legsels per jaar hebben gemiddeld 5 eieren. Deze worden twee weken bebroed. De jongen verlaten na twee weken het nest.
 

status: Jaarvogel.
trek/stand/winter: Talrijke broedvogel; doortrekker in (vrij) groot aantal; wintervogel in zeer groot aantal
Europese verspreiding Ringmussen komen in geheel Europa voor, maar weinig of niet in het uiterste westen (Ierland) en noorden (Lapland).
Foerageer- en broedbiotoop: Biotoop: Buitengebied, platteland, weiden (kleinschalig)
Voedsel- en broedbiotoop: In een omgeving met veel struikgewas, weilanden met vee en vooral ook oude bomen met enkele holten zijn ringmussen te vinden. Het zijn holenbroeders, die ook profiteren van voor koolmezen opgehangen nestkasten.
Voedsel: Bestaat vooral uit diverse (on)kruidzaden en insecten.
(informatiebron: Vogelbescherming)