roodborsttapuit_ IMG_7342
  Klik op onderstaande kleine foto's of nummers voor meer foto's, of gebruik deze link:
terug naar Overzicht Alle foto's

IMG_7075

IMG_7076

IMG_7336

IMG_7342

Roodborsttapuit, Saxicola rubicola, Stonechat
Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland. Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst.

 

Status: Zomervogel.
Trek-Stand-Winter: Roodborsttapuiten brengen de winter veelal door in Zuidwest-Europa, Frankrijk, het Iberisch Schiereiland en Noord-Afrika. Ze trekken zuidelijk vanaf september en oktober. In februari zijn de eerste weer terug in Nederland. Bij zachte winters overwinteren er ook roodborsttapuiten in Nederland, vooral in het kleinschalig cultuurlandschap.
Trend en Aantal: Na 1960 lijkt in grote delen van het land een afname te zijn ingezet met grote regionale verschillen. De laatste jaren gaat het weer goed met de roodborsttapuit; ondanks het gegeven dat de areaal afneemt, groeit het aantal broedparen en is er sprake van een herstel.
Fourageer en Broedbiotoop: Broedt vanaf maart en heeft tot wel drie legsels per seizoen van meestal 4-6 eieren. Broedduur: 14-15 dagen. De roodborsttapuit broedt veelal op de grond in een goed verstopt nest. De jongen zitten 13-16 dagen op het nest en zijn na het uitvliegen meestal nog zo'n 8-14 dagen afhankelijk van de ouders.
Leefgebied: Roodborsttapuiten broeden vooral op hoge zandgronden, langs de gehele kust inclusief de Waddeneilanden en de Zeeuwse Delta. Ze komen voor in zowel halfopen boerenland met greppels en ruige wegbermen als ook natuurgebieden (hei, moeras, duin). Aan de rand van stedelijk gebied ook te zien op braakliggende gronden. Het nest wordt laag bij de grond gemaakt, goed verscholen in een dichte vegetatie. Roodborsttapuiten zoeken hun voedsel en nestgelegenheid in structuurrijke open gebieden; vaak de overgangszones van open gebied (heide) naar bos. De toppen van lage bomen en struiken gebruiken ze als uitkijk- en zangpost.
Voedsel: Voornamelijk insecten zoals langpootmuggen, maar ook wormen, rupsen, vlinders, spinnen, slakken, zaden en bessen..
         
(informatiebronnnen: Vogelvisie, sovon, vogelbescherming)