terug naar overzicht vogels
 
  IMG_4821
  IMG_5207
 IMG_5210
   Vink, Fringilla coelebs

Vinken leven vrijwel overal waar bomen groeien. Hagen, houtwallen, singels, bossen, tuinen en parken: vinken komen vrijwel overal voor. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken in de grootste dichtheden voorkomen. Vinken eten zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. In het broedseizoen zijn het echter vooral insecten die gegeten worden. Insecten leveren meer eiwitten, welke noodzakelijk zijn voor de groei van de jonge vinken en het grote energieverbruik van de oudervogels. De zang van de vink is de bekende 'vinkeslag'. Er werden (en worden) zelfs wedstrijden gehouden met vinken in gevangenschap: de vink die het meest 'slaat' wint de wedstrijd. 
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Het aantal vinken is door grootschalige bosaanplant begin 20e eeuw sterk toegenomen. Ook de bosaanleg in de Flevopolder heeft opnieuw gezorgd voor een forse toename van het aantal vinken in Nederland. In 2000 werden door SOVON 600.000 tot 700.000 broedparen vastgesteld.
Foerageer- en broedbiotoop: Vinken vinden hun voedsel op en om bomen en struikgewas. Het nest wordt goed gecamoufleerd tussen de takken gemaakt.
(informatiebron: Vogelbescherming)