terug naar overzicht vogels
 
  IMG_5093
  PICT4650
 IMG_5096
   Vlaamse Gaai, Garrulus glandarius

De wetenschappelijke naam 'Garrulus glandarius' is vrij te vertalen als 'voortdurend krassende eikelzoeker', en dat typeert de gaai uitstekend. In de winter althans, want in het broedseizoen zijn gaaien opvallend stille vogels. Daaraan voorafgaand echter zijn het echte lawaai(pape)gaaien, die als een bezetene krijsend door de bomen achter elkaar aanzitten. Gaaien zijn bekend om de prachtige, opvallende blauw-zwart gestreepte vleugelbocht. Van oorsprong zijn gaaien vrij schuwe bosvogels, maar net als merels en kool- en pimpelmezen, zijn ook gaaien hun horizon gaan verbreden en nu volop te vinden in parken en stadsrandzones. Het voedsel van gaaien bestaat voornamelijk uit insecten, aangevuld met eieren en jongen van onoplettende zangvogels. 's Winters eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en andere eetbare zaken die ze voor de bek komen. Gaaien hebben in bosgebieden de functie van indringer-alarm; veel (zoog)dieren reageren op de alarmroep van gaaien en verbergen zich voor het naderende onheil. Vaak zijn dat goedbedoelende wandelaars, maar ook voor katten wordt gealarmeerd. 
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Het aantal gaaien is sinds 1975 licht toegenomen, maar lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren. Dat kan komen omdat de gaai zijn opmars vanuit bossen naar het verstedelijkte gebied enigszins voltooid lijkt te hebben. Bovendien wordt er de laatst jaren geen grootschalige boscomplexen meer aangelegd en zijn de bossen in de Flevopolder min of meer 'volwassen' aan het worden. In 2000 werden 40.000 tot 60.000 paren vastgesteld.
Foerageer- en broedbiotoop: Daar waar loofbomen als eik en beuk aanwezig zijn, kunnen gaaien gevonden worden. Het nest wordt in een boom gemaakt en het territorium wordt fel verdedigd tegen buurgaaien.
(informatiebron: Vogelbescherming)