terug naar overzicht vogels
  IMG_0453
 PICT3739
   Aalscholver, Phalacrocorax carbo

Een sigaar met vleugels - dat is typisch een aalscholver in vlucht. Het zijn onmiskenbare vogels, mede door de lange snavel met haakpunt. Aalscholvers zijn koloniebroeders. Het menu bestaat uitsluitend uit vis. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden vormt paling slechts een zeer klein deel van het menu. Uit onderzoek is gebleken dat vooral brasem wordt gegeten, die in groten getale uit het IJsselmeer worden gevist. Commercieel gezien is de brasem niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een bron van concurrentie met de binnenvisserij. Door vermeende concurrentie werden aalscholvers verguisd en afgeschilderd als visstropers. In tegenstelling tot vrijwel alle andere watervogels bevat hun verenkleed slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. Na een duik moet een aalscholver dus drogen. Dit doen ze door met half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten; een zeer markante houding.
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Sinds 1970 is de aalscholverpopulatie fors toegenomen, na eerder door een diep dal gegaan te zijn. De stand heeft zich sinds de jaren '90 min of meer gestabiliseerd rond de 19.000 tot 20.000 paren. Deze broeden voornamelijk in het IJsselmeergebied, het rivierengebied en in de plassen- en merengebieden.
Foerageer- en broedbiotoop: Aalscholvers broeden in kolonies, meestal in moerasbossen met elzen. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, rijk aan bijtende zuren, sterft de vegetatie in de broedgebieden meestal een zekere dood, evenals de bomen waarin de nesten worden gemaakt. In de kolonie hangt een sterke vis- en guanolucht. Het voedsel wordt gezocht in diepe, eutrofe wateren.
(informatiebron: Vogelbescherming)