terug naar overzicht vogels
  IMG_3974
  IMG_4762
  IMG_4769
 IMG_4775
   carolina eend,  Aix sponsa, North-American Wood duck

Het verenkleed van de woerd is prachtig gekleurd, terwijl het vrouwtje bruingrijs is met witomrande ogen. De lichaamslengte bedraagt ongeveer 45 cm.
Opvallend zijn de helmvormige kop met een lange “kuif” in de nek. De kleuren zijn een mengeling van metalliek-groen, blauw en violet. Een witte streep loopt vanaf de witte keel en splitst in een witte streep omhoog naar de zijkant van de wang en onderlangs de kaak naar de nek. Een andere witte streep loopt van achter het oog door langs de zijkant van de “kuif” naar de nek. De bovenborst is purperkleurig tot kastanjebruin. Onderkant van de borst en buik zijn wit.
De flanken zijn geelbruin. De vleugels zijn metalliek blauw, groen tot zwart. De stuit is violet. De staart is zwart met een metallieke weerschijn. De snavel begint scharlakenrood met een geel bandje aan de snavelbasis, gaat vervolgens over van geel naar wit en weer naar geel met een zwarte snaveltip. Poten zijn helder okergeel.
Tijdens de ruiperiode in de zomer draagt het mannetje een eclipskleed en zijn helm en kuifveren op de kop verdwijnen. Hij lijkt dan wat op het vrouwtje, maar vooral de witte wang- en kaakstreep en licht getinte kop en rozerode snavel blijven onderscheidend..

Het vrouwtje is overwegend grijs met tinten van olijfgroen tot bronskleurig. De borst is licht gestreept en de zijden zijn licht gevlekt op een grijs tot bruine ondergrond. Een witte ring rond de ogen loopt in een lijntje iets naar achter uit, maar het lijntje is veel korter en de witte oogring wat dikker dan bij het vouwtje van de Mandarijneend (Aix galericulata) . De snavel is grijsachtig met een zwarte snaveltip en een wit lijntje aan de snavelbasis. Poten zijn gelig van kleur.

status: Jaarvogel.
trek/stand/winter: Standvogel
Verspreidingsgebied: Zuidoost Canada, oostelijke helft Verenigde Staten van Nova Scotia tot in Texas en zuidelijk California. Verder ook op Cuba en in Brits Columbia.
Wintertrek naar het zuidelijke deel van Noord-Amerika en overwintert daar tot in Mexico.
Het is een veel gehouden sierwatervogel die in het verleden wel eens is ontsnapt. In de Benelux is de Carolina-eend daarom een exoot die men wel eens in de natuur kan tegenkomen.
Foerageer- en broedbiotoop: Graag in de schaduw bij rustige poelen, meren en rivieren.
Voorkeur voor ondiep water in loofbossen. Carolinaeenden zitten graag hoog in bomen, meestal in paren of kleine groepjes. Zij kunnen behendig tussen de bomen door vliegen.
Broeden in de natuur gewoonlijk in een boomholte. De jongen laten zich uit het nest op de grond vallen.
(informatiebron: Wikipedia en diverse internet)