terug naar overzicht vogels
 IMG_2541
  IMG_6155
 IMG_6153
   Dwerggans, Anser erythropus, Lesser White-fronted Goose

Van de verschillende grijsbruin gekleurde ganzen is de dwerggans de kleinste. Het is een vogelsoort die broedt in de dwergbomenzone (wilgen en berken'bos') tussen de arctische toendra en de taiga (naaldbos), dus in het hoge noorden. In Nederland is de dwerggans een bijzondere wintergast, die bovendien erg lastig te ontdekken is tussen andere, sterk op de dwerggans gelijkende, soorten als de kolgans. De soort maakt overal moeilijke tijden door. De dwergganzen welke in Nederland overwinteren zijn voor het merendeel afkomstig van een herintroductieproject in Zweden, uitgevoerd tussen 1981 en 1991.
Lijkt sterk op kolgans maar is kleiner, heeft een gele oogring en een korte snavel Kleed vrijwel identiek aan kolgans maar met doorgaans minder zwarte streping op de borst. Daarnaast loopt de witte bles rond de snavel verder door naar boven. Formaat: 56-66 cm. Snavel: Klein, roze gekleurd. Poten: Helder oranje
 

status: Zeer schaarse wintergast
trek/stand/winter: Europese verspreiding: In het uiterste noorden van Noorwegen en Finland, en in mindere mate Zweden, broedt de dwerggans, die voorkomt tot in Oost-SiberiŽ.
Trend en aantal: De dwerggans is een zeldzame wintergast, die nauwelijks opvalt tussen de enorme aantallen kolganzen waartussen deze soort zich vaak ophoudt. Elke winter worden zo'n 50 dwergganzen waargenomen.
Foerageer- en broedbiotoop: Buitengebied, cultuurlandschappen, weilanden (uitgestrekt)
Voedsel- en broedbiotoop: In de winter, wanneer de dwergganzen in Nederland verblijven, eten ze gras. Daartoe zoeken ze vooral goed bemeste weilanden op, met mals gras dat goed verteerbaar is en voldoende voedingsstoffen levert om de koude te overleven. Voedsel: Gras
(informatiebron: Vogelbescherming)