terug naar overzicht vogels
 
  PICT4191
 IMG_7767
   Indische gans, Anser indicus

De Indische gans is van oorsprong een bewoner van de Mongoolse en Chinese hoogvlakten. Tijdens de barre winters daar trekken de vogels weg naar onder andere India, waaraan de gans haar naam dankt. In Nederland broedende vogels zijn nazaten van ooit ontsnapte of uitgezette vogels. Inmiddels weet de Indische gans zich hier wel prima te handhaven. Indische ganzen zijn gemakkelijk te herkennen. In vlucht en op de grond zijn ze erg licht en lijken op afstand gezien wel bijna wit te zijn. Van dichtbij vallen de dwarsstrepen op het achterhoofd op.
 

status: Broedvogel, uitheemse oorsprong
trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Het eerste broedgeval van de Indische gans in Nederland werd gerapporteerd in 1977. Het zou nog tot 1986 duren voordat een tweede broedgeval volgde. Vanaf dat jaar volgen de broedgevallen elkaar in rap temp op en nemen de aantallen sterk toe, doordat ook de jongen mee gaan doen aan de reproductie van de populatie. Inmiddels zijn de aantallen toegenomen tot ongeveer 70 tot honderd broedparen die zich in het wild kunnen handhaven. De toename verloopt snel, met ongeveer 10% per jaar.
Foerageer- en broedbiotoop: In Nederland worden Indische ganzen vooral in het rivierengebied aangetroffen. 
(informatiebron: Vogelbescherming)