terug naar overzicht vogels

  PICT2029

 PICT0848
   Meerkoet, Fulica atra

Waar voldoende water is, daar leven meerkoeten. Er is geen park, kanaal of sloot zonder een paartje meerkoeten, hoewel de aantallen in Laag-Nederland het grootst zijn. Wie meerkoeten een tijdje gadeslaat, zal opmerken dat ze vaak duiken naar voedsel. Door de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed moeten ze echter nogal wat moeite doen om onder water te komen; ze maken dan ook een sprongetje bij het duiken en zetten zich met hun poten flink af. Kort daarop komen ze als een grote dobber weer naar boven. In het broedseizoen zijn de zwarte vogels echte kemphanen. Het territorium wordt onder het slaken van een schelle strijdkreet met snavel en poten verdedigd tegen buurkoeten, waarbij het er fel aan toegaat. Meerkoeten eten vooral waterplanten, maar zeker wanneer er jongen zijn worden ook allerlei waterdieren gevoerd en gegeten, die beter voorzien in de energiebehoefte van dat moment. Van oorsprong zijn meerkoeten echte moerasvogels, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie (kraggen) en wortels van riet- en lismoerassen.
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Het aantal meerkoeten neemt sinds de 60'er jaren toe, maar de groei van de populatie zwakt sinds de 90'er jaren iets af. In de periode 1998 - 2000 werden 130.000 tot 180.000 paren vastgesteld.
Foerageer- en broedbiotoop: Meerkoeten zoeken hun voedsel op en rond het water. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten. De koeten zijn in zo'n biotoop echter veel kwetsbaarder dan in een dichte moerasvegetatie. In de winter kunnen groepen - die kunnen bestaan uit vele honderden vogels - in weilanden verblijven. 
(informatiebron: Vogelbescherming)