terug naar overzicht vogels

  IMG_8081
  PICT2596
  PICT2606
  PICT3998

 PICT0723
   Nijlgans, Alopochen aegyptiacus

Sinds het einde van de jaren 1960 is de nijlgans in Nederland langzamerhand een gewone verschijning geworden. Enkele ontsnapte vogels wisten zich hier prima te handhaven. Inmiddels is de nijlgans niet meer weg te slaan uit Nederlandse natuur- en weidegebieden. Vogelkenners waren in eerste instantie erg bang dat de nijlgans zou concurreren met inheemse soorten. Dat gebeurt wel, maar in tamelijk beperkte mate. Nijlganzen komen oorspronkelijk uit Egypte (langs de Nijl), en Afrika ten zuiden van de Sahara. Toch weten ze zich hier uitstekend te handhaven. De aantallen nemen nog altijd sterk toe; elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe nijlganzen.  
 

status: Broedvogel
trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Enkele vanaf 1967ontsnapte of uitgezette nijlganzen zijn de aanstichters van een enorm snel toenemde populatie. Nog altijd lijkt de toename niet af te remmen. De verspreiding en uitbreiding van de nijlgans zijn erg goed gedocumenteerd; een toename van 11% per jaar werd genoteerd in West- en Midden-Nederland. In het noorden van het land werd zelfs een toename van 16% per jaar geconstateerd. In sommige gebieden is een nijlganzen-verzadiging opgetreden; de soort wordt er niet talrijker meer. In die gebieden grootgebrachte jongen wijken uit naar omliggende gebieden. Strenge Nederlandse elfstedentocht-winters hebben een negatief effect op deze snelle vermeerderaar. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat waar veel nijlganzen opeen voorkomen, de reproductie gemiddeld lager uitvalt dan in gebieden waar slechts enkele nijlganzen leven. De verwachting is dan ook dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot een halt zal gaan komen, en de nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden.
Foerageer- en broedbiotoop: De nijlgans broedt in bomen, in grote nesten van andere vogels, in de vork van boomstammen, of tussen dichte vegetatie. Het nest wordt gemaakt met takken en twijgen van de vegetatie om het nest, gevoerd met wat donsveren en enkele veren.
(informatiebron: Vogelbescherming)