pontische meeuw_ IMG_5163
  Klik op onderstaande kleine foto's of nummers voor meer foto's, of gebruik deze links:
terug naar Overzicht Alfabetisch   of   terug naar Overzicht Zwemvogels
IMG_5163
IMG_5166

Pontische meeuw, Larus cachinnans, Caspian Gull 
 
De pontische meeuw werd lang als ondersoort van de geelpootmeeuw beschouwd en de pontische meeuw lijkt er dan ook op. De soort komt onder andere voor rond de Zwarte en Kaspische zee en broedt steeds vaker in Polen en Duitsland. In Nederland is de soort ook sterk toegenomen in aantal, maar hij wordt ook steeds beter herkend. Het herkennen van pontische meeuwen is niet eenvoudig, maar kan juist daarom een leuke uitdaging zijn

Herkenning is moeilijk en bij elke leeftijd van deze soort zijn weer andere kenmerken. In het algemeen een kleine, ronde kop met een donker oog, een lange, spitse snavel, lange poten en lange vleugels. Vogels in onvolwassen- en winterkleed vaak met opvallend witte kop, gevlekte achterhals ('boa') en zwart oog. Jonge vogels in vlucht goed te herkennen aan brede zwarte staartband en de binnenste handpennen die licht/donker zijn, wat een luxaflex-effect geeft.
Status: Jaargast in klein aantal.
Trek-Stand-Winter: Wij ontvangen broedvogels uit Polen, RoemeniŽ en OekraÔne vanaf de nazomer. Andere populaties van pontische meeuw in Kazakhstan en omgeving trekken zuidwaarts richting Iran en het Arabisch schiereiland, maar de soort overwintert ook rond de Zwarte en Kaspische Zee.
Trend en Aantal: Broedt van april tot juli in kolonies, soms in gemengde kolonies met zilvermeeuw (en dus soms ook hybrides veroorzakend). Doorgaans 2-3 eieren. Broedduur 26-30 dagen. Bouwt nesten vaak in of onder struiken/lage begroeiing, waarbij zeegras (zostera) gebruikt wordt. De jongen kunnen zwemmen na 10 dagen en vliegen na 6-7 weken.
Fourageer en Broedbiotoop: Leefgebied: Meren, duinen, grassteppe, intergetijdenzone, kust, lagunes, oevers en rivieren. In Nederland vaak te vinden langs Maas en Waal, vuilnisbelten, strand en 's winters in steden.
Voedsel: Vis, ongewervelden, reptielen, kleine zoogdieren, afval en jonge vogels en eieren; dus net als andere meeuwen min of meer een alleseter.
         
(informatiebron: Vogelbescherming)