Zwarte Ibis, Glossy Ibis, Plegadis falcinellus
6030_140409 6048_140409 6055_140409 6069_140409  
De zwarte ibis is een opportunistische soort van Zuid-Europa. De zwarte ibis kent enorme populatie-fluctuaties. Rond 2000 waren veel Zuid-Europese populaties sterk geslonken; tien jaar later zijn die populaties alweer sterk groeiende en worden broedpogingen gemeld in Noordwest-Europa. De soort is onmiskenbaar door zijn donkere kleur en kromme snavel.

De combinatie van donkere, middelgrote reigerachtige vogel met lange kromme snavel sluit elke andere inheemse soort uit. Vogel is niet zwart (al kan het wel zo lijken), maar glanzend bruin op kop, nek en rug. De vleugels zijn glanzend groen. Adult zomerkleed heeft witte strepen vanaf oog rondom snavel; winterkleed wordt minder glanzend (bruinzwart) en krijgt witte streping op kop en nek. Juveniele vogel als adult winter maar uniform dofgroen zonder kleurverschil in lichaam en vleugel. In vlucht goed te herkennen aan kromme snavel, lange nek en lange poten, maar lijkt op aalscholver in vlucht.
Broedt april-juni, vaak met andere reigers, in bomen naast moeras. Heeft 1 legsel met meestal 3-4 eieren (2-6). Broedduur 20-23 dagen. Koloniebroeder. Heeft nest van riet en takjes bekleed met bladeren en plantaardige materialen in bomen naast moeras (bijv. wilg), vaak in de buurt van reigersoorten of ooievaars. Jongen vliegvlug na 25-28 dagen.
Moerassen, ondiepe meren, lagunes, soms kwelders, en natte weilanden met sloten. Overnacht en broedt in bomen hier niet ver vandaan, zoals wilgen en tamarisken. 
Zwijgzaam, soms wat gekraak en geknor.











(info van Vogelbescherming.nl)
Dieet beslaat voornamelijk insecten, zoals watertorren, bootsmannetjes, libellen (larven maar ook imago's), vliegen, sprinkhanen, krekels en schietmotten; soms ook krabben, kreeftachtigen en kleine vissen. Foerageert vaak als een strandloper of ruiter, lopend en continu pikkend, maar soms ook zoals een reiger.
Normaliter trekvogel. Vogels uit Zuid-Europa overwinteren in Marokko en Afrika bezuiden de Sahara. Kan soms in grote, dwarrelende groepen trekken, minder strak dan ganzen, kraanvogels of reigers, meer als aalscholvers. Steeds vaker blijven groeiende populaties in Zuidwest-Europa (Spanje en Zuid-Frankrijk). Vertoont ook nomadische trekbewegingen waardoor snel nieuwe gebieden worden gekoloniseerd.