Blauwborst, Hawfinch, Bluethroat, Luscinia svecica
 
0542_180418 5905_170404 6982_170516 7769_130605  
De blauwborst is door zijn kleuren en een uitbundige zang een opvallende verschijning in de Nederlandse vogelwereld. Blauwborsten hebben de afgelopen decennia in Nederland een flinke opmars heeft gemaakt. Dit komt doordat er meer geschikt leefgebied is bijgekomen. Het is een van de weinige soorten die van de Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Het mannetje heeft een blauwe kin en borst met in het midden een witte vlek ('ster'). Aan de onderkant wordt de blauwe borst begrensd door een zwarte band, een dunnere witte band en daaronder een roestbruine vlek. Spreidt een blauwborst zijn staart, dan zie je opvallende oranjebruine staartbasis met een zeer brede zwarte eindband. Bij het vrouwtje ontbreekt de blauwe borst, maar net als het mannetje heeft zij een lichte wenkbrauwstreep en een dezelfde oranjebruine staartbasis met zwarte eindband. Blauwborsten zoeken tussen de vegetatie naar voedsel. Tijdens de balts vliegt het mannetje op uit het riet met een melodieuze zang om elders met gespreide staart en vleugels neer te strijken. In Nederland worden ook wel blauwborsten gezien met oranje 'ster' op de blauwe borst, een zeldzame doortrekker uit vooral ScandinaviŽ.
 
De blauwborst broedt vanaf april tot in juli. Jaarlijks zijn er 1 of 2 legsels, met elk 3-7 eieren. Broedduur 12-14 dagen. Het nest wordt op de grond gemaakt, verstopt tussen de vegetatie, aan de binnenkant bekleedt met pluisjes en/of paardenhaar. De jongen zitten 13-14 dagen op het nest.
Blauwborsten hebben een voorkeur voor gevarieerde, natte en insectenrijke gebieden met open delen en een struweel- en loofboombegroeiing, met een niet geheel bedekte bodem. De geleidelijke overgang van rietmoerassen naar moerasbos vormt een uitstekend leefgebied (Oostvaardersplassen, Biesbosch, Lauwersmeer). Dit type habitat is in Nederland flink toegenomen in de afgelopen decennia, dit is ook de reden waarom de blauwborst het zo goed doet in ons land. Ook in akkers, o.a. met koolzaad.
Zeer gevarieerd, met veel imitaties van andere vogels. Bouwt langzaam op om vervolgens te versnellen. In zit en in zangvlucht. Diverse alarmroepen, vooral in broedtijd te horen.




(info van Vogelbescherming.nl)
Op het menu van de blauwborst staan vooral insecten, larven, wormen en slakjes. Het dieet wordt aangevuld met bessen en zaden. Zoekt vooral voedsel op de grond in de beschutting.
Alle in Nederland broedende blauwborsten vertrekken tussen eind juli en september naar de overwinteringsgebieden op het Iberisch schiereiland en westelijk Afrika (vaak ten zuiden van de Sahara). Doortrek van blauwborsten uit omringende landen door Nederland is niet vastgesteld. Vanaf maart keren de blauwborsten weer terug.