Groene Specht, Green Woodpecker , Picus viridis
0064_180318 0080_180318 5802_130417 7826_130605  
Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Hij broedt meestal in een zelfgehakt hol in een oude loofboom. Zijn voedsel bestaat vooral uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld. De lachende roep van de groene specht is een opvallend kenmerk. Roffelt niet vaak en zwak.

Forse vogel, met in vlucht opvallend groene stug en stuit en diep golvende vlucht. De kop van de groene specht is opvallend getekend met rode kruin en zwarte vlek rondom het oog. Mannetjes hebben daarnaast ook nog een rode vlek onder het oog, deze vlek is bij vrouwtjes zwart. Ze hebben een grijze dolksnavel. Onvolwassen vogels zijn zwaar gevlekt over het gehele lichaam. De kenmerkende lachende roep van de groene specht valt vaak het eerst op. Heeft een diepe golvende vlucht en zoekt vaak op de grond naar mieren.
Broedt in de periode maart-juni, heeft 1 legsel van 4-6 eieren. Broedduur: 14-15 dagen. Hij broedt meestal in een zelfgehakt hol in een oude loofboom. De jongen zitten zo'n 23-27 dagen op het nest. Na het uitvliegen blijft de familie tussen de 3-7 weken bij elkaar, of man en vrouw verdelen de jongen.
Groene spechten broeden vooral in het kleinschalige cultuurlandschap met oude bomen en in de duinen, maar steeds vaker in polders in recreatiebossen, stadsparken en sportparken. In grote bosgebieden broedt hij vaak alleen langs de randen of rond kale stukken. De groene specht ontbreekt in grootschalige open landschappen. Een nest maakt hij in oude loofbomen. Het voedsel zoekt de groene specht hoofdzakelijk op de grond.
Lange, lachende, en hinnikende roep in late winter en voorjaar. Bij opvliegen korte variant hierop.

(info van Vogelbescherming.nl)
Insecten, vooral mieren. Kan flink tekeer gaan op een mierenhoop.
De groene specht is een uitgesproken standvogel die in strenge winters grote verliezen lijdt.