Grote Bonte Specht, Great Spotted Wood pecker, Dendrocopus major
0110_180318 0119_180318 0192_180324 3170-6_080510  
De meest algemene specht van Nederland. Zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken met een korte snelle roffel om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken in bomen een nestholte uit met een rond gat. Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten, zoals berken. Spechten kunnen op die manier hakken doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd.

Zwart-witte vogel met een rode 'broek'. In de vlucht vallen de grote witte schoudervlekken op. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd. Deze ontbreekt bij het vrouwtje. Jonge spechten hebben een rood petje en worden daarom soms aangezien voor een middelste bonte specht. Maar het rood van de middelste is een tint lichter en de middelste bonte specht heeft een meer wit 'gezicht, zo ontbreekt er een zwarte rand langs de kruin. De grote bonte specht heeft de voor spechten kenmerkende golvende vlucht. Hun roffel en hun roep ('tsjik') is vaak te horen in oudere bossen, parken en tuinen.
Broedt vanaf begin april. Heeft 1 legsel met meestal 5-7 eieren. Gebruikt jaarlijks een nieuwe nestplek, door zowel man als vrouw uitgehakt. De eieren worden op het hout in de nestholte gelegd. De eieren zijn crèmewit van kleur. Broedduur: 10-12 dagen. Het nest wordt een in zachte boomsoort uitgehakt. De jongen zitten 20-23 dagen in het nest. Zowel man als vrouw broeden de eieren uit. Als de jongen zijn uitgevlogen worden ze verdeeld door de ouders en nog zo'n 10 dagen verzorgd.
Broedt overal waar bomen zijn: in bos, park of tuin. Loofbossen en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) zijn favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen. Klimt over dikke takken of tegen de stam van een boom op, op zoek naar voedsel tussen de schors of de bast. Roffelt al vroeg in het voorjaar om zijn territorium veilig te stellen. Past zich makkelijk aan aan omstandigheden, koloniseert nieuwe gebieden met geschikte nestbomen en kan dichtbij mensen broeden.
Luide, maar relatief korte roffel. Roept vaak een luid Tsjik.











(info van Vogelbescherming.nl)
Ze eten in het voorjaar en de zomer insecten. In de wintermaanden dwalen ze rond op zoek naar voedsel en komen steeds vaker terecht op voedertafels in tuinen. In naaldbossen eten ze 's winters de zaden van kegels van sparren en dennen. Grote bonte spechten eten ook wel eieren en jongen van andere vogels.
Grote bonte spechten zijn het gehele jaar in de omgeving van hun broedgebied aanwezig, hoewel ze in de winter wel een ruimer gebied gebruiken op zoek naar voedsel. Bij die omzwervingen komen deze spechten ook regelmatig in (stads)tuinen terecht. Jonge spechten zwerven rond in het najaar, van augustus tot in oktober worden soms trekkende spechten gezien.