Grote Kruisbek, Loxia pytyopsittacus, Parrot Crossbill
8694_171017 8762_171017 8767_171017 8785_171017  
De grote kruisbek is in Nederland een erg zeldzame gast die heel af en toe tot broeden komt. Het kleinere broertje, de kruisbek is algemener in ons land. De grote kruisbek heeft een dikkere nek dan de gewone kruisbek, en de ondersnavel komt niet boven de bovensnavel uit. In sommige jaren komen er vanuit het hoge noorden invasies van grote kruisbekken, die hun normale broedgebied ontvluchten uit gebrek aan voedsel. Als deze dan in de winter blijven hangen. kunnen ze het jaar daarop tot broeden komen.

Opvallende soort, lijkt op kruisbek, maar bijna zo groot als een appelvink. Zwak gekruiste zeer dikke snavel, grote kop en stevig lichaam. Mannetjes dofrood (kop, onderdelen, mantel en rug), met roodbruine vleugels en staart. Vrouwtjes gelijkend, maar dan geelgroen in plaats van rood. Jonge vogels rossig met een oranjegroene zweem. Verschillen met kruisbek zijn moeilijk te zien, maar snavel is dikker en vierkanter: ondersnavel heeft S-vormige bolling aan onderkant, en bovensnavel heeft ook een scherpere bocht. Bij kruisbek vlakt de bovensnavel direct af.
 
Broedt van januari tot juni. Heeft meestal 2 legsels - afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar voedsel - met doorgaans 3-4 eieren. Broedduur 14-16 dagen. Nest wordt door vrouwtje gebouwd grotendeels van naaldhout-takjes, en gras, bladeren, mos en enige veren voor een zachte binnenkant. Het bevindt zich meestal in de kroon, vaak aan de buitenkant op een zijtak. Na 21-23 zijn de jongen vliegvlug, maar worden nog circa 6 weken gevoed door de ouders.
Broedt vooral in open, oude bossen met grove den. Buiten broedtijd in grove den, zwarte den, mook wel in lariks, fijnspar en douglas.
Niet vaak zingend aangetroffen in Nederland. Roep lijkt op het "kiep kiep" van kruisbek, maar dieper en harder, met een bellende "U"-klank. Is alleen door zeer ervaren waarnemers te onderscheiden van bepaalde typen kruisbekken.






(info van Vogelbescherming.nl)
Vooral onrijpe zaden van dennenappels (grove den, zwarte den), die de grote kruisbek door zijn speciale snavel kan verwijderen uit nog dichte kegels. Knipt vaak de kegels, om ze daarna op een tak te bewerken.
In Nederland komt de grote kruisbek nagenoeg alleen voor tijdens grote invasiejaren, afhankelijk van voedselaanwezigheid in ScandinaviŽ, Rusland en de Baltische staten. Groepen kunnen soms hoog vliegen, maar zijn vaak op te merken door hun roep. Vaak in kleine groepen, met een snelle en doelgerichte vlucht. Geregeld blijven er na invasiejaren enkele paren om een broedpoging te ondernemen.