Holenduif, Stock Dove, Columba oenas
1391_160503-1 1391_160503-2 1388_160503 1394_160503  
In gebieden waar boerderijen, akkers, weilanden en bosschages elkaar afwisselen vindt de holenduif het meeste van zijn gading. Het nest wordt gemaakt in een holte, maar daartoe kunnen allerlei plekken dienst doen. Hoewel de grootste dichtheden worden gehaald op zandgronden met kleinschalige landbouw, wat onder druk staat, doet de holenduif het opvallend goed.

Kleiner dan houtduif (en zonder witte banen op de bovenvleugels), ongeveer even groot als stadsduif. Holenduiven hebben een blauwgrijs verenkleed met groenglanzende halsvlek. De ondervleugels zijn grijs en de bovenvleugels licht blauwgrijs met twee zwarte strepen, donkere achterrand en vleugelpunt. Heeft een brede zwarte eindband aan de staart. Vliegt meer compact en direct dan houtduif.
De holenduif heeft jaarlijks 2 of 3, soms zelfs 4 (of 5) legsels met meestal 2 eieren. Broedduur 16-17 dagen. Zoals de naam al suggereert zijn het holenbroeders, zij gebruiken holtes in bomen, nestkasten, oude gebouwen en soms konijnenholen. De nesten zijn niet veel meer dan enkele takjes bij elkaar. Goede broedplekken worden jaarrond verdedigd. De jongen zitten zo'n 24 dagen op het nest. Ze zijn na 37-40 dagen zelfstandig.
Gebroed wordt in bomen langs bosranden en open plekken in oud loofbos, ook in parken. Geregeld ook in schuren en uilennestkasten.
De grootste aantallen holenduiven bevinden zich in het 'traditionele' agrarische gebied, met verspreid staande boerderijen, akkers en bossen: Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe.
Lijkt op stadsduif, laag en ritmisch gekoer.








(info van Vogelbescherming.nl)
Het voedsel is vooral plantaardig en bestaat uit zaden en andere plantdelen. Foerageert op de grond, vaak in groepen. Vaker in graslanden te vinden dan houtduiven.
Holenduiven zijn standvogels en zwervers, die vooral in de winter in groepen naar voedsel zoeken. De afstanden die ze daarbij afleggen zijn niet erg groot, maar voldoende om voor vermenging te zorgen met soortgenoten uit de omringende landen. Holenduiven uit noordelijke streken zakken af naar onder meer ons land omdat hier gemakkelijker aan voedsel te komen is.