Witte Kwikstaart, White Wagtail, Motacilla alba
6523_130509 6527_130509 8994_130622 8997_130622  
De witte kwikstaart is een van de meest algemene broedvogels van Nederland. Vooral op het platteland te vinden. Op erven maar ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoog duwen. De witte kwikstaart beweegt voortdurend zijn staartje op en neer. Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten en in de zeereep. Meestal in de menselijke omgeving.

Zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel in prachtkleed. Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend. De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend heen en weer wordt bewogen. Jonge vogels zijn valer en hebben veel wit op de kop. Man van de rouwkwikstaart heeft een zwarte rug die overgaat in zwarte kopkap; in andere kleden te herkennen aan zwarte stuit en donkergrijze flanken en meer wit in de vleugel. Diepe golvende vlucht.
Broedt van april - augustus. Heeft 1 à 2 nesten per jaar met meestal 4-6 eieren. Broedduur: 12-14 dagen. Nestelt vooral op het platteland, vaak op huizen, schuren of onder bruggen. De jongen zitten zo'n 13-14 dagen op het nest. Ze worden na het uitvliegen zo'n 4-7 dagen nog gevoerd door de ouders.
 
De witte kwikstaart kun je tegenkomen in min of meer open land: platteland, akkers, gorzen en slikken, graslanden, oevers, park en tuin, golfbanen, stedelijk gebied, industrieterreinen en op meer uitgestrekte weilanden. Overal waar insecten te vinden zijn. Tijdens broedtijd een voorkeur voor het kleinschalig cultuurlandschap. Bijna nergens in hoge dichtheden. Vanaf juli verzamelen zich groepjes, meestal jonge vogels, op plekken met veel voedsel. Ze slapen dan samen met enkele honderden vogels. 
Meest gebruikte roep een schel, "tsi-tsick!" In territorium een vloeiend "tsji-liét". Kan ook langdurig en gevarieerd zingen.









(info van Vogelbescherming.nl)
Zoekt meestal lopend op de grond voedsel. Rent voortdurend achter insecten aan, ook korte vluchtjes. Eet insecten, vooral muggen, vliegen, libellen, vlinders en hun larven. Kan meelopen achter ploeg of trekker op zoek naar een ongewerveld hapje.
Nederlandse witte kwikstaarten trekken van half september tot eind november in zuidwestelijke richting via het Iberisch schiereiland naar Marokko. Doortrekkers te zien in het hele land vanaf eind februari tot eind april, en in het najaar van half september tot half november. In maart keren de witte kwikstaarten massaal terug. Dan te zien op drassige weilanden, daarna heeft elke boerderij zijn eigen paar. Als overwinteraar schaars tijdens zachte winters.