Zwarte Specht, Black Woodpecker, Dryocopus martius
1323_160503 1329_160503 1352_160503 1371_160503  
De zwarte specht is een geheimzinnige bosvogel met een teruggetrokken levenswijze. Kan elk jaar een nieuw nest uithakken in dikke loofbomen. Zo biedt de zwarte specht holten voor bosuilen, boommarters en vele andere soorten. Ze zijn schuw en vliegen snel weg zodra ze een mens waarnemen, of blijven uit het zicht aan de andere kant van de boom. De roffel van de zwarte specht is langzamer, langer en zwaarder dan de grote bonte specht, als een mitrailleur.

Grote zwarte vogel waarvan de man een geheel rode kruin heeft en de vrouw alleen rood op de achterkruin. Vliegt als een gaai, flapperend in een rechte lijn en niet golvend zoals andere spechten. De zwarte specht heeft een zware en harde roffel. In nawinter en voorjaar tijdens frisse ochtenden is een lachend baltsgeluid te horen, minder 'rond' dan dat van de groene specht.
Territoriaal, heeft groot territorium. Heeft 1 legsel per jaar met meestal 3-5 eieren. Legtijd maart-mei. Broedduur 12-14 dagen. Jongen vliegen uit na 24-31 dagen. Hakt elk jaar een groot nieuw nest in een dikke loofboom, vaak een oude beuk, maar ook Amerikaanse, grove den en lariks. Nestopening ovaal die door boomgroei ook wel rond wordt.
Zwarte spechten komen in Nederland het meest voor in uitgestrekte naaldbossen, afgewisseld door beukenlanen en -percelen. Ze hakken hun nestholte vooral uit in dikke beuken. Zwarte spechten foerageren graag in jong naaldhout op mieren (vooral houtmieren) en eten ook larven van in dood hout levende kevers. 
In vlucht een luid "kru-kru-kru-kru". In zit een ver dragende klaaglijke roep "kli-hh". In voorjaar een lachende roep. Daarnaast o.a. kauwachtige geluiden bij de balts. Roffelt hard en lang.

(info van Vogelbescherming.nl)
De zwarte specht is gespecialiseerd in het eten van houtmieren, maar ze eten ook larven van kevers. Hakt met snavel kenmerkende grote gaten in stompen en takken en stammen die op de grond liggen.
De zwarte specht is een standvogel. Jonge vogels zwerven rond om een eigen territorium te vinden.