Brilduiker, Common Goldeneye, Bucephala clangula
       
2728_131222 2734_131222 3324_150309 4177_130505  
De kans dat u een brilduiker ziet in Nederland is het grootst in de winter. Het is in ons land een zeldzame broedvogel. De mannetjes hebben een donkergroene kop met een witte vlek tussen oog en snavel, ook wel de ‘bril’ genoemd. De vrouwtjes hebben deze bril niet. De balts begint al in de winter en het vroege voorjaar in Nederland. Het mannetje gooit zijn kop op zijn rug met gestrekte nek en naar boven gerichte snavel, met de poten wordt water de lucht in geslagen.

Mannetjes hebben een donkergroene kop en op de wangen een witte vlek, alsof hij een knijpbril op zijn snavel heeft. Het gele oog valt op. Staart en rug zijn zwart, het onderlijf en de flanken wit. Vanaf de zwarte rug lopen hele fijne zwarte potloodstreepjes over de witte achtervleugel. Vrouwtjes zijn asgrijs gekleurd met een bruine kop en witte halsband. Beide seksen hebben een grijze snavel, maar het vrouwtje heeft nog een gele vlek bij de punt. Opvallend kenmerk van de brilduiker is het wat puntige hoofd. In vlucht zijn ze tevens te herkennen aan de fluittoon die hun vleugels voortbrengen.
Broedt vanaf begin april en heeft één legsel van 6 tot 11 eieren. Het kan voorkomen dat er zich meer eieren in een legsel bevinden. Deze zijn dan waarschijnlijk door een ander vrouwtje aan het legsel toegevoegd. Broedduur: 29-32 dagen. De soort broedt in losse paartjes. Het nest wordt gemaakt in een boomholte (bijvoorbeeld uitgehakt door zwarte spechten) en bekleed met dons. De competitie met nonnetjes om geschikte plekken kan groot. Nonnetjes zijn daarin dominant. De jongen kunnen na 57-66 dagen vliegen, maar zijn na ca. 50 dagen zelfstandig.
De brilduiker is gebonden aan waterpartijen die zich dicht bij de kust bevinden en minder dan 10 meter diep zijn. De soort overwintert overwegend op zee, binnenwateren en baaien. Ook komt hij aan rivierdelta's, in meren en reservoirs voor. In Nederland heeft de brilduiker zich daarnaast gevestigd op landgoederen met grote vijverpartijen en bossen. Deze omgeving lijkt wel op het oorspronkelijke broedbiotoop van de brilduiker: uitgestrekte voedselarme meren, omzoomd door oude bossen met geschikte nestholtes.
Man balts met zacht mechanisch geluid, dat toch nog verbazend wekkend ver te horen is. Vleugelslag man is bellend. Vrouwtje maakt rauwere geluiden, vooral in broedgebied.










(info van Vogelbescherming.nl)
Eet hoofdzakelijk waterdiertjes die te vinden zijn in zoet of brak water, zoals mollusken, wormen, insecten(larven) en kreeftachtigen. De brilduiker zoekt hiernaar door onder water steentjes om te keren. Ook kleine vis en amfibieën staan op het menu. Dit dieet wordt aangevuld met wat plantaardig voedsel als zaden en wortels. In Nederland veel driehoeksmosselen.
Trekt vanaf eind augustus over een breed front vanuit de noordelijke broedgronden naar het zuidelijker gelegen overwinteringsgebied in noordwest Europa, met de laatste exemplaren arriverend tot aan december. Brilduikers zijn geen lange afstandstrekkers en komen in het zuidelijke verspreidingsgebied als standvogels voor. De trek terug naar de broedgronden start weer in februari, als bevroren wateren weer beginnen te smelten. Het broeden start in april.