Kleine Mantelmeeuw, Larus fuscus , Lesser Black-backed Gull
4312_130308 4333_130308 8079_170801 8172_170801  
De kleine mantelmeeuw leeft vooral aan de kust en in toenemende mate in het binnenland. Algemene broedvogel met kolonies op de Waddeneilanden maar ook op de Maasvlakte. In het Waddengebied en in de Zeeuwse Delta is het aantal kleine mantelmeeuwen het grootst. Bijna een vijfde deel van de totale Europese populatie verblijft in het voorjaar aan de kust van de Nederlandse Noordzee.

Van de grote meeuwen die in ons land voorkomen hebben alleen de geelpootmeeuw en de kleine mantelmeeuw gele poten. Mantel en vleugels zijn veel donkerder dan die van geelpootmeeuw en de zilvermeeuw. De grote mantelmeeuw heeft roze poten en is een stuk groter dan de kleine mantelmeeuw. Het uit elkaar houden van eerste winter kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen vraagt om een blik op de tertials. Bij de zilvermeeuw hebben die duidelijk gekartelde randen. Ook hebben jonge kleine mantelmeeuwen donkere ondervleugels, Raadpleeg voor meer verschillen gespecialiseerde vogelgidsen.
Broedt vanaf eind april. Maakt jaarlijks één nest van gras, stro, korstmossen en veren in een gebied met dichtere vegetatie dan de zilvermeeuw. Broedt ook op gebouwen en in weilanden. Legt gemiddeld 2-3 eieren. Bij voedselschaarste zijn de eieren kleiner dan normaal. De eieren worden in 24-28 dagen uitgebroed, de jongen kunnen na 30-40 dagen vliegen.
De kleine mantelmeeuw broedt vooral in kustgebieden zoals duinen, strandvlakten, kwelders, schorren en dijken, steeds vaker ook in graslanden met veel water. Broedt ook op gebouwen in steden en industriegebied om vossen te mijden. Meer dan 90 procent van de broedparen bevindt zich op de Waddeneilanden of in de Delta. Op de Maasvlakte bevindt zich een grote kolonie van zo'n 30.000 paren, vermoedelijk de grootste van Europa. Is vrijwel altijd in een groep aanwezig, samen met zilvermeeuwen en grote mantelmeeuwen. Zoekt eten op zee en maakt in de broedtijd lange tochten tot meer dan 100 km uit de buurt van de kolonie.
Lager en nasaler dan zilvermeeuw.








(info van Vogelbescherming.nl)
Eet schelpdieren, kleine vissen, vogeleieren en kuikens, knaagdieren en bessen. Zoekt lopend naar voedsel, vliegt achter trawlers aan maar pikt ook vissen uit het water die vlak onder het oppervlak zwemmen.
Trekt vanaf half juli tot eind september langs de kust zuidwaarts, tot aan Marokko. Door de mildere winters van de laatste jaren gaan ze minder ver of blijven ze soms zelfs in Nederland. Tussen maart en mei trekken ze weer terug naar het broedgebied. In Nederland zijn ook veel doortrekkende kleine mantelmeeuwen uit Engeland en Scandinavië te zien.