Kuifeend, Tufted duck, Athya Fuligula
0445_111217 0534_111217 0538_111217 9330_110917  
Met hun zwart-witte verenpak en kuif zijn de mannetjes van de kuifeend onmiskenbaar. In tegenstelling tot de wilde eend duiken kuifeenden naar hun voedsel. Het gele oog van deze vogel is opvallend. Op de diepere wateren dobberen de kuifeenden graag rond, maar zeker in de winter zijn ze ook in het stedelijk gebied terug vinden. Kuifeenden eten waterdieren die tussen de waterplanten leven. Ook de planten zelf worden gegeten.

Mannetjes zijn opvallend zwart met witte flanken, vrouwtjes overwegend bruin met lichtere flanken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een kuif, maar deze is bij mannetjes langer. In vlucht is te zien dat kuifeenden een witte baan over de slagpennen hebben lopen.
Broedt vanaf mei. En legsel met 8-11 groengrijze eieren. Als er zich meer dan 14 eieren in het nest bevinden, heeft een ander vrouwtje waarschijnlijk haar eieren erbij gedumpt. Broedduur 23-28 dagen. Vrouwtje broedt de eieren uit. De kuifeend is geen koloniebroeder, maar op een geschikte locatie kunnen zich wel meerdere nesten bevinden op een tiental meters van elkaar. Nesten verborgen in oevervegatie. De jongen zijn nestvlieders en kunnen na 45-50 dagen vliegen.
Broedt in Europa van Noorwegen tot aan het midden van Frankrijk, in laagland- en steppe-achtige gebieden. Eutrofe wateren van 3-5 meter diep hebben de voorkeur, met eilanden om op te broeden en voldoende vegetatie ter beschutting. De kuifeend komt veel voor op grote zoetwatermeren, reservoirs, vijvers en rustige, langzaam stromende rivieren. In Nederland veel in weidegebieden met sloten en vaarten. 
Man tijdens balts hoge fluitende, gorgelende en trillend geluiden. Vrouw een laag "raah- raah".




(info van Vogelbescherming.nl)
Kuifeenden zijn omnivoor. Ze eten voornamelijk schelpdieren zoals zoetwatermossels, maar ook kreeftachtigen en andere waterdieren die tussen de waterplanten leven, staan op het menu. Ook waterplanten, zaden en granen worden gegeten. Duikt naar voedsel.
Nederlandse broedvogels overwinteren voornamelijk in Zuid-Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en op het Iberisch schiereiland. Overwinteraars in Nederland zijn afkomstig uit Centraal- en Noord-Europa. In Centraal en Noordwest-Europa zijn er veel standvogels. Trekkende kuifeenden trekken weg uit hun broedgebied omstreeks september en komen daar weer aan rond april.